Regel & wetgeving

Naktuinbouw houdt de beschikbaarheid van biologisch uitgangsmateriaal bij op verzoek van het ministerie van Economische Zaken (EZ). Nederland is verplicht om een dergelijke database bij te houden op basis van Europese richtlijnen. Het is niet alleen een Nederlandse, maar vooral ook een Europese regelgeving.

De volgende verordeningen worden hieronder genoemd:
Verordening (EG)   nr. 1452/2003
Verordening (EEG) nr. 2092/1991
Verordening (EG)   nr. 834/2007

De Europese richtlijn waarin staat dat iedere lidstaat van de Europese gemeenschap een database voor biologisch uitgangsmateriaal dient bij te houden is:

Verordening (EG) nr. 1452/2003 van de Commissie van 14 augustus 2003
Tot handhaving van de in artikel 6, lid 3, onder a), van Verordening (EEG) nr. 2092/91. Vastgestelde uitzonderingsbepaling ten aanzien van bepaalde soorten zaaizaad en vegetatief teeltmateriaal en tot vaststelling van procedurebepalingen en criteria voor die uitzonderingsbepaling.

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, gelet op Verordening (EEG) nr. 2092/91 van de Raad van 24 juni 1991 inzake de biologische productiemethode en aanduidingen dienaangaande op landbouwproducten en levensmiddelen(1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 599/2003 van de Commissie(2), en met name op artikel 6, lid 3, onder b), tweede en derde streepje. Overwegende hetgeen volgt:

Artikel 9:
Iedere lidstaat moet er derhalve voor zorgen dat er voor de gebruikers een databank beschikbaar komt, waarin zaaizaad en pootaardappelen die biologisch worden geproduceerd en die aan de algemene criteria voor de productie van zaaizaad en vegetatief teeltmateriaal voldoen, kunnen worden geregistreerd. Voor een vlottere toegang tot de informatie is het in dit verband dienstig een geharmoniseerd model van registratieformulier op te stellen dat de leverancier moet gebruiken voor de registratie van zaaizaad en pootaardappelen in de databank.

Verordening (EEG) nr. 2092/91
In deze verordening 2092/91 staat benoemd wat de biologische productiemethode is en hoe aanduidingen op landbouwproducten en levensmiddelen eruit dienen te zien. In deze verordening zijn de minimale eisen aan de databank voor biologisch uitgangsmateriaal omschreven. In de database voor biologisch uitgangsmateriaal zijn deze eisen op de onderstaande wijze geïmplementeerd:

  • De in de database op te nemen rassen zullen door Naktuinbouw worden gecontroleerd op verkeerspositie aan de hand van de situatie van de Nederlandse rassen verkeerslijsten (groenten en landbouw) en de overeenkomende Europese Common Catalogues.
  • De in de database als biologisch uitgangsmateriaal opgenomen rassen, zullen als zodanig door de bevoegde controle instantie (SKAL) moet zijn gecontroleerd.
  • In de database zullen de betreffende gewassen worden opgenomen met de wetenschappelijke naam, de officiële Nederlandse naam en een aantal voor de hand liggende synoniemnamen (b.v. peen bij wortel).
  • De betreffende rassen zullen worden opgenomen onder de naam waaronder ze zijn toegelaten. Er zal een mogelijkheid zijn om naast de rasnaam ook selectienamen aan de rasnaam toe te voegen als daar door de leverancier bij opgave om wordt gevraagd.
  • Indien een onderverdeling in gewassubgroepen wordt gewenst b.v. gewas sla, subgroepen botersla, ijssla, bindsla, snijsla dan is dat mogelijk. Voorwaarde is wel dat per subgroep door de aanbieder wordt aangegeven welke rassen tot welke subgroep behoren.
  • In een aparte kolom kan een datum worden opgenomen vanaf wanneer materiaal van het betreffende ras beschikbaar is. Dit dient bij opgave door de leverancier te worden vermeld.
  • Per ras wordt aangegeven wie de leveranciers van het materiaal zijn. Als annex aan de databank zal een lijst van leveranciers worden bijgehouden.
  • Naast de databank zal de Nationale Annex worden bijgehouden met gewassen of gewasdelen waarvoor geen ontheffing kan worden aangevraagd, of groepen van gewassen waarvan geen ontheffing behoeft te worden aangevraagd.
  • Aanvullingen en mutaties worden binnen 3 werkdagen na ontvangst van de gegevens in de databank verwerkt.
  • De databank is zonder kosten via Internet te raadplegen.
  • De databank zal zo worden opgesteld dat gezocht kan worden naar een (sub)gewas, binnen een (sub)gewas naar een of alle rassen waarvan ‘biologisch’ materiaal beschikbaar is en naar een leverancier en alle rassen van een leverancier waarvan ‘biologisch’ materiaal voorhanden is.
  • Er worden geen nadere gegevens per ras in de databank opgenomen. Wel is het mogelijk om door de linken naar de betreffende leverancier.
  • In een extra kolom kan op aangeven van de leverancier worden opgenomen of het EKO of Demeter gecertificeerd uitgangsmateriaal betreft.


VERORDENING (EG) Nr. 834/2007
VERORDENING (EG) Nr. 834/2007 VAN DE RAAD van 28 juni 2007 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten. Ook staan in deze verordening de algemene beginselen van de biologische landbouw.

De biologische productie is gebaseerd op de volgende beginselen:
a) Het passende ontwerp en beheer van biologische processen, gebaseerd op ecologische systemen die gebruikmaken van systeeminterne natuurlijke hulpbronnen door methoden:

  • Waarbij levende organismen en mechanische productiemethoden worden gebruikt
  • Waarbij op grondgebonden wijze gewassen worden geteeld of vee wordt gehouden of waarbij aquacultuur wordt bedreven volgens het beginsel van duurzame exploitatie van de visbestanden
  • Waarbij het gebruik van GGO’s en van met of door GGO’s geproduceerde producten, met uitzondering van diergeneesmiddelen, uitgesloten wordt
  • Die gebaseerd zijn op risicobeoordeling en, in voorkomend geval, op het gebruik van voorzorgsmaatregelen en preventieve maatregelen

b) Beperking van het gebruik van externe productiemiddelen. Indien externe productiemiddelen noodzakelijk zijn, of er geen passende beheerspraktijken en -methoden zoals bedoeld in punt a) bestaan, worden zij beperkt tot:

  • Productiemiddelen van biologische productie
  • Natuurlijke stoffen of natuurlijke derivaten
  • Minerale meststoffen met een lage oplosbaarheid

c) Strikte beperking van het gebruik van door chemische synthese verkregen productiemiddelen tot de volgende uitzonderlijke gevallen, waarin:

  • Er geen passende beheerspraktijken bestaan
  • De in punt b) bedoelde externe productiemiddelen niet in de handel verkrijgbaar zijn
  • Het gebruik van de in punt b) bedoelde externe productiemiddelen onaanvaardbare gevolgen heeft voor het milieu

d) Wanneer de voorschriften voor de biologische productie in het kader van deze verordening aanpassing behoeven, wordt rekening gehouden met de gezondheidstoestand, regionale klimaatverschillen en de plaatselijke omstandigheden, het stadium van ontwikkeling of specifieke veehouderijpraktijken.